Centraal / landelijk

Als je decentraal (dus in regio’s, wijken en dorpen) goed wilt kunnen blijven werken, dan heb je goede centrale voorzieningen nodig, bijv. op het gebied van kennis, ICT, beheer, financiering en ondersteuning. Heel flexibel kunnen groeien (en krimpen) heeft met schaalbaarheid te maken en dat is daardoor medebepalend voor onze continuïteit.

 

Centraal / decentraal

centraal-decentraalSoms is het beter om iets decentraal in te richten (bijv. een baliefunctie in een wijkgebouw om de reistijd te beperken) en soms is het juist beter om iets centraal in te richten (bijv. ICT-voorzieningen). Door per onderdeel van ons concept een keuze te maken tussen centraal en decentraal (en soms een combinatie) konden we de voordelen van beide varianten combineren. Het WDC-concept is zeer schaalbaar en dus ook voor kleine communities betaalbaar; daar hebben we al vanaf de start in voorzien.

 

Financiering

financieringFinanciering is zo’n combinatie-invulling tussen centraal en decentraal. Ons nieuwe verdienmodel stelt ons in staat om op termijn zonder subsidie te exploiteren. Wij verdienen aan de ‘daadwerkelijke transacties over onze infrastructuur’ en daarmee verdienen wij minstens onze kosten terug, liefst met wat winst in verband met de noodzakelijke continuïteit van onze bedrijfsvoering.

Maar deze exploitatie is pas na enkele jaren kostendekkend, dus in de opstartfase hebben we in een regio aanvullende financiering nodig van regio-partners zoals een gemeente. Een gemeente kan onze opstart bijv. sponsoren uit het WMO-budget. Wijkbewoners hebben in de WMO zelfs een ‘right to challenge’: Als het burgerinitiatief het beter kan, dan moet een gemeente in principe uit de WMO meefinancieren.

Aan de andere kant is het om allerlei redenen beter dat de rol van de gemeente in onze projecten zich beperkt tot faciliterend en ondersteunend, omdat in ons concept de wijkbewoners zelf de leiding nemen en houden, geholpen door ons en dus niet door de gemeente of andere belanghebbenden. Wel kunnen wij nieuw gemeentelijk beleid via versiebeleid vertalen naar de implementatie in wijken, omdat we aangekondigde wijzigingen kunnen opnemen in het leden-overleg.

WDC vertegenwoordigt primair het bewonersbelang.  Wij noemen dat Overheid 0.5, terwijl de meeste gemeenten juist toewerken naar Overheid 2.0. Dus onze vorm van ‘terugtrekkende overheid’ zal hier en daar nog wel wat overtuigingskracht nodig hebben. Wel meebetalen en alleen indirect meebepalen: we zijn benieuwd in hoeverre gemeenten zich hiertoe aangetrokken voelen en willen participeren via een lidmaatschap.

 

Toeleveranciers

samenwerkingOok toeleveranciers zijn centraal en decentraal ingevuld. Er zijn een aantal landelijke partijen die met ons willen helpen groeien naar landelijke dekking (bijv. met maaltijdvoorziening), maar er zijn ook regionale partijen die nooit naar landelijke dekking zullen doorgroeien (bijv. de lokale bakker).

Ook (het onderhoud op) de koppelingen van hun systemen met onze front-office-omgeving zijn een onderdeel van ons concept.

 

Duurzaamheid

duurzaamheid-wonen.Maatschappelijk gezien laat zich duurzaamheid niet alleen vertalen in groen en weinig milieubelastend, maar zeker ook in gebruiksduur.

Wijkbewoners die nu actief participeren in het verlenen van hulp willen natuurlijk later, als ze zelf hulp nodig hebben, ook van onze voorzieningen gebruik kunnen maken en er dan ook zelf invloed op kunnen uitoefenen.

Maar met betrekking tot duurzaamheid is de sociale innovatie die ons concept bevordert, het belangrijkste. Over een tijd moet het volstrekt normaal zijn dat bewoners van wijken en dorpen elkaar zoveel mogelijk helpen. Ons concept helpt daarbij. Het laat ruimte voor enige ongelijkheid (maatwerk), er is geen deelnameplicht, toch kan iedereen lid worden en alles verloopt zoveel mogelijk zelfvoorzienend, ondersteund door een professionele infrastructuur.

 

Steeds meer flexwerk

flexwerkEr komt steeds meer flexwerk, mede omdat vaste banen verdwijnen. Dat is voor de komende jaren een echte supertankertrend. De EU heeft becijferd dat flexwerk groeit van 10 % FTE’s nu, naar gemiddeld 38 % in Europa.

Mede door de lage arbeidsmobiliteit loopt Nederland daarin voorop en zitten wij boven dat EU-gemiddelde, zeker met het aantal ZZP’ers dat nog steeds sterk groeit. Daarom is het maar goed dat ons concept flexwerk volledig ondersteunt. Wij ontzorgen onze leden en toeleveranciers zoveel mogelijk, zodat zich iedereen in de uitvoering op de primaire taken kan richten. In dit kader zijn wij vooral een servicebureau en geen bemiddelaar, mede om schijnzelfstandigheid en kwesties met de fiscus over de afdracht van sociale premies te voorkomen.